1) Carmen eet elke dag een banaan. Soms eet ze ook.... a) een appel b) water c) lekker 2) Chris neemt zijn pillen. Hij heeft pijn in zijn... a) elke dag b) hoofd c) soms 3) Christina belt met haar moeder. Ze praten over... a) interessant b) de familie c) soms 4) Christo heeft dorst. Hij drinkt een glas... a) fruit b) water c) limoen 5) Claire kijkt uit het raam. Ze kijkt naar... a) haar b) hand c) buiten 6) Claire leert Nederlands. Ze vindt Nederlands... a) moeilijk b) in april c) een keer per dag 7) Dael heeft veel geld. Hij werkt... a) veel b) nooit c) fiets 8) Dafne kan goed zingen. Ze kan ook goed... a) vinden b) dansen c) eten

A1 inburgering zinnen afmaken met opties

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?