Inversie: Wat ga je na de les doen? (Na ...), Inversie: Wat doe jij op zondag? (Op ...), Inversie: Op welke dag maak jij je huis schoon? (Op ...), Inversie: Wat kan je in de bibliotheek doen? (In...), Inversie: Hoe is het weer vandaag? (Vandaag ...), Je wilt naar de bioscoop met je partner. Maak een afspraak met je partner., Je bent ziek. Je kunt vandaag niet naar de les. Bel de docent. , Je hebt kiespijn. Bel de tandarts en maak een afspraak., Pers. vnw: Sara en Peter begrijpen deze oefening niet. ... kunnen helpen?, Pers. vnw: Ik heb een cadeau gekocht voor de docent. ... morgen geven aan , Pers. vnw: Ik zoek mijn sleutels. ... waar?, Pers. Vnw: Dit zijn de buren. .... wonen naast, Pers. Vnw: Dit huiswerk is van Merel en Cheryl. ... gemaakt? , In een restaurant: Is alles naar wens? , In een restaurant: Heeft het gesmaakt?, In een restaurant: Je wilt betalen. Wat zeg je tegen de ober?, Wat is dit? , Wat is dit? , Wat is dit? , Wat is "de slijter"?, Welke supermarkt vind jij goed? Waarom? , Hoe lang ben jij?, Wie heeft de grootste voeten in de klas?, Hoe lang ben jij in Nederland?, Waar kom je vandaan? , Heb jij kleingeld?, Lust jij bananen?, Wat is "zuivel"? , Wat betekent "Mag ik voor"? , in/op/om - ... 18 mei; ...het weekend; ... 2018, in/op/om - ...maandag; ...maart; ... 10 uur, 1 maandag - 2 maanda......, In welke maanden is de herfst?, Er van plaats: Ben jij maandag op de les?, Er van plaats: Hoelang woon jij in Nederland?, Er van plaats: Ben jij weleens in Amsterdam geweest?, Er van plaats: Is het klaslokaal warm?, Hoe noem je de kinderen van je broer of zus? (Bijv: dochter, zoon, broer...), Heb jij een grote familie?, Wat is het verschil tussen 'familie' en 'gezin'?, Met wie kan jij goed praten in de familie?, Mening geven: Nederlands is een makkelijke taal., Mening geven: Honden zijn echt leuke dieren. , Mening geven: Je kunt Nederlands leren op de computer, zonder docent., Mening geven: Het is goed dat iedereen in Nederland Engels kan praten., Mening geven: In Nederland wonen veel buitenlanders. Nederland is internationaal. Mijn land is ook internationaal., Maar, en, of, want, dus: Nederland is leuk, maar..., Maar, en, of, want, dus: Ik ga naar school, want..., Maar, en, of, want, dus: Ik houd van patat, dus..., Maar, en, of, want, dus: Nederlands is moeilijk, dus..., Maar, en, of, want, dus: Nederlands is moeilijk, maar ....
0%
Spreken - Ratjetoe - 3 (A1, A1+)
Share
Share
Share
by
Saskiadaanje
Spreken
NT2
Edit Content
Print
Embed
More
Assignments
Leaderboard
Speaking cards
is an open-ended template. It does not generate scores for a leaderboard.
Log in required
Visual style
Fonts
Subscription required
Options
Switch template
Show all
More formats will appear as you play the activity.
Open results
Copy link
QR code
Delete
Continue editing:
?