het park - In de stad. Hier kun je wandelen., de stad - Hier wonen veel mensen., hoog - niet laag , de verdieping (de verdiepingen) - een flatgebouw heeft ..., de lift - je hoeft niet met de trap, het dorp - kleiner dan een stad , de winkel (de winkels) - je kunt hier iets kopen, de trap - je kunt naar boven en naar beneden, de buurt - dichtbij waar je woont of werkt, weinig - niet veel, aardig - Mijn buurman is aardig. Hij helpt mij., beneden - Ik ga met de trap naar beneden., boven - Ik ga naar boven.,

Leaderboard

Flash cards is an open-ended template. It does not generate scores for a leaderboard.

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?