het park - In de stad. Hier kun je wandelen., de stad - Hier wonen veel mensen., hoog - niet laag , de verdieping (de verdiepingen) - een flatgebouw heeft ..., de lift - je hoeft niet met de trap, het dorp - kleiner dan een stad , de winkel (de winkels) - je kunt hier iets kopen, de trap - je kunt naar boven en naar beneden, de buurt - dichtbij waar je woont of werkt, weinig - niet veel, aardig - Mijn buurman is aardig. Hij helpt mij., beneden - Ik ga met de trap naar beneden., boven - Ik ga naar boven.,
0%
3.8 De buurt
Share
Share
Share
by
Jvanderveer
12-16
NT2
Edit Content
Print
Embed
More
Assignments
Leaderboard
Flash cards
is an open-ended template. It does not generate scores for a leaderboard.
Log in required
Visual style
Fonts
Subscription required
Options
Switch template
Show all
More formats will appear as you play the activity.
Open results
Copy link
QR code
Delete
Continue editing:
?