De vader is erg ziek., De kinderen zijn op vakantie., De ouders zijn erg moe., Ga jij dit weekend weg? , Wij lopen samen naar Groningen., Wie is die oude man? , Ik kom met de trein. , Peter en Maria zijn te laat. , De docent kijkt op zijn telefoon. , Hoe gaat het met jou? , Ik zit vandaag in de bus., Jullie kijken naar de maan., Jij woont 2 jaar in Nederland., Ik ben getrouwd met mijn man., Wij wonen niet in Amsterdam. , Anna en Marius hebben een dochter. , Peter is de vader van Johan. , Jullie hebben echt een leuk gezin.,

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?