1) Mag ik jou wat ... a) vragen b) vraagen c) vraaggen d) vraggen 2) Ik ben moe ik ga... a) slaapen b) slapen c) slaappen d) slappen 3) Elke nacht heb ik veel ... a) drommen b) droomen c) dromen d) droommen 4) Wil jij de zak met appels even ... a) weegen b) weeggen c) wegen d) weggen 5) Er zit een grote ... voor het raam. a) vogel b) voogel c) vooggel d) voggel 6) Deze weg zit vol met... a) gaaten b) gaatten c) gatten d) gaten 7) Aan de tak hangen veel a) bladderen b) blaaderen c) blaadderen d) bladeren 8) Wij... elke dag 1 uur. a) loopen b) looppen c) lopen d) loppen 9) Ons dorp heeft maar een paar... a) straten b) straaten c) straatten d) stratten 10) De jarige mag de kaarsen uit... a) blazzen b) blaazzen c) blaazen d) blazen

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?