Edgar en Joko koken samen. Ze doen dat..., Een mug heeft mij geprikt. Nu krijg ik..., Ella bakt koekjes. Ze bakt de koekjes voor..., Emma doet een opleiding. Dat is..., Emma schrijft alles op. Daarna gaat ze..., Emma wast haar handen. Ze gaat..., Er is ingebroken bij Ben. Hij belt naar..., Er komen nieuwe huizen in onze buurt. Ik vind dat..., Er ligt rommel op straat. Dat is..., Esma wil lerares worden. Zij gaat..., Esra is ziek. Ze vindt dat..., Fanya is op de markt. Ze zoekt..., Farid is zanger. Hij moet vandaag..., Fausia stapt uit de boot. Ze loopt naar..., Felipe houdt van lezen. Hij koopt elke maand..., Felix gaat elke dag zwemmen. Soms gaat hij ook..., Fico woont ver van zijn werk. Hij moet elke dag..., Filip maakt de badkamer schoon. Hij vindt dat..., Filiz koopt een nieuwe jas. Ze koopt ook..., Finn kijkt nu televisie. Hij gaat straks..., Franco gaat verhuizen. Zijn nieuwe huis heeft een..., Frank leest de krant. Hij leest over..., Fred gaat naar school. Hij heeft les tot ..., Gabriel maakt een opdracht. Hij doet dat..., Gary leest zijn dochter voor. Lezen is..., Gary woont bij het strand. Hij wil het liefst..., Gina kijkt vaak televisie. Ze houdt van programma's over..., Grace houdt niet van groente. Ze vindt dat..., Halil rijdt in een vrachtwagen. Hij vindt dat..., Han heeft zijn diploma gehaald. Hij gaat nu..., Hanna eet graag vis. Ze haalt die vis..., Hannah leert Nederlands. Ze leert ook..., Hannah maakt haar huis schoon. Ze doet dat..., Harold is niet alleen. Hij heeft..., Harry is gevallen. Hij heeft..., Hassan maakt zijn brommer. Het wiel is..., Hassan werkt in een restaurant. Hij leert daar..., Het bord van Sahid is gevallen. Sahid is..., Het eten is heel warm! Je moet..., Het fruit is op. Ik ga nu naar..., Het huis van Tania is heel groot. Haar huis heeft..., Het is donker. Ik reis dan liever niet met..., Het is druk in de stad. Er zijn veel..., Het is druk op de weg. Emir vindt dat..., Het is druk op het station. Er zijn veel..., Het is koud in het huis van Faiz. Hij wil..., Het is slecht weer. Gaan we met de...?, Het is stil in de klas. De leerlingen..., Het is warm vandaag. Ana wil..., Het is zondag. Eva gaat op zondag altijd naar..., Het regent al de hele dag. William wil..., Het regent onderweg. Marta wil..., Het vliegveld is ver weg. We gaan naar het vliegveld met..., Hetty is klaar met koken. Ze roept..., Hue wil naar de markt. Ze gaat..., Ibrahim heeft een kar met spullen. Hij brengt de spullen..., Iedereen is blij. Het is..., Ik ben op zoek naar het treinstation. Kunt u mij..., Ik ben ziek. Ik ga morgen niet..., Ik drink geen alcohol. Ik drink wel graag..., Ik eet graag brood. Ik houd niet van..., Ik eet nooit druiven. Ik vind druiven....., Ik eet nooit kip. Dat vind ik..., Ik ga een taart maken. Wil jij...?, Ik ga morgen brood kopen. Brood koop ik meestal..., Ik ga naar de huisarts. Hij geeft mij..., Ik ga naar mijn zus. Mijn zus woont..., Ik ga straks naar Hamza. Hij is..., Ik ga vaak met de bus. Ik ga dan naar..., Ik heb deze krant gelezen. Wil jij de krant nu...?, Ik heb een computer met internet. Die gebruik ik..., Ik heb een nieuwe tafel gekocht. Wil jij mijn oude tafel...?, Ik heb geen auto. Een auto is..., Ik heb soep gemaakt. Wil jij mijn soep...?, Ik heb wortels gekocht. Ik koop de wortels voor..., Ik houd van tekenen. Ik teken..., Ik lees het nieuws op mijn telefoon. Mijn man leest het nieuws..., Ik lees vaak. Ik lees graag..., Ik wil zieke mensen helpen. Ik vind dat..., Imani vindt school leuk. Zij houdt van..., In de stad rijden veel brommers. Ik vind dat..., In een grote stad wonen veel mensen. Ik vind dat..., In het eten zitten pepers. Ik vind dat..., Inez en Luis bouwen een huis. Het huis heeft nog geen..., Inez gaat naar een concert. Ze gaat..., Is dat boek leuk? Ik wil het boek ook graag..., Isa heeft een pause, Ze belt met haar..., Isabel speelt graag met haar pop. Soms speelt ze ook met..., Ismet heeft groenten in zijn tuin. Hij gaat de groenten..., Ivan is niet blij met zijn werk. Hij vindt zijn werk te..., Iwan wil gezond zijn. Hij drinkt geen....
0%
Inburgering Spreekvaardigheid 2 (E-I)
Share
Share
Share
by
Cathalingua
PT
Edit Content
Print
Embed
More
Assignments
Leaderboard
Speaking cards
is an open-ended template. It does not generate scores for a leaderboard.
Log in required
Visual style
Fonts
Subscription required
Options
Switch template
Show all
More formats will appear as you play the activity.
Open results
Copy link
QR code
Delete
Continue editing:
?