Madee heeft een nieuwe auto. Ze gaat met de auto naar..., Mae heeft een nieuwe auto. Ze kan nu..., Mag ik jouw brommer lenen? Mijn brommer is..., Mai kijkt niet naar het nieuws. Ze vindt het nieuws..., Maja maakt soep. De soep is...., Malik gaat vandaag niet sporten. Hij heeft geen..., Malik heeft een nieuwe bank gekocht. De oude bank was..., Mandy eet vaak chips als ze een film kijkt. Ze eet soms ook..., Manuel is buschauffeur. Hij rijdt..., Marco heeft zin in koffie. Hij wil ook..., Marco is ziek. Hij belt..., Maria heeft griep. Ze moet..., Maria kan goed koken. Ze kookt meestal..., Maria leest een boek. Ze vind het..., Maria leest op zondag de krant. Ze leest soms..., Mariam praat met de leraar. Mariam praat ook met haar..., Martin eet elke ochtend een ei. Zijn vrouw eet meestal..., Martin stelt een vraag aan de docent. De vraag gaat over..., Maryam kookt voor Dina. Maryam maakt..., Masha kan vandaag zitten in de bus. Soms moet ze..., Max draagt een helm op zijn werk. Dat moet van zijn..., Maya doet de gordijnen dicht. Ze gaat..., Megan gaat vandaag verhuizen. Ze woont straks..., Melissa wacht op het station. Ze wacht op haar..., Mevrouw Perez heeft geen auto meer. Nu moet ze..., Mia maakt zelf kleren. Vandaag maakt ze een..., Mia moet snel naar huis. Ze gaat met de..., Michael houdt niet van tennis. Hij houdt meer van..., Michelle kijkt vaak films. Ze houdt van films over..., Michelle maakt huiswerk. Ze vindt het huiswerk..., Miguel stopt met werken. Hij is..., Mijn auto is kapot. Nu moet ik..., Mijn baas fietst elke dag. Ik doe dat..., Mijn benzine is op. Nu moet ik..., Mijn broer houdt niet van varen. Hij wordt altijd ziek op..., Mijn broer zingt veel. Hij is..., Mijn buurman maakt graag muziek. Dat vind ik..., Mijn opa gaat elke dag wandelen. Dat is..., Mijn opa zit op de bank. Hij kijkt naar..., Mijn telefoon is kapot. Nu kan ik niet..., Mijn trein vertrekt over een half uur. Ik ga nu..., Mijn vader heeft een paard. Hij gaat..., Mijn vader loopt met een stok. Mijn vader is..., Mijn vader luistert graag naar het nieuws. Hij luistert ook naar..., Mijn zus rijdt altijd hard. Ik vind dat..., Mike heeft pijn aan zijn been. Hij heeft ook pijn aan zijn..., Ming rijdt vaak op zijn scooter. Hij wil niet..., Mira heeft zin in koffie. Ze drinkt koffie met..., Mo en zijn familie spelen een spel. Daarna gaan ze..., Mohammed maakt auto's. Dat vindt hij..., Monica maakt graag foto's. Ze maakt het liefst foto's van..., Myra en Liz gaan naar een café. Ze willen graag..., Nadia heeft kip gekocht. Ze gaat de kip eerst..., Naima wil kapper worden. Ze leert..., Nancy en Oscar zitten in de bioscoop. Ze vinden de film..., Nasir zoekt een nieuw huis. Hij wil een huis met..., Nasira woont bij de supermarkt. Ze woont ook bij..., Nick wil naar zijn familie Hij reist met..., Nick zoekt werk. Hij will graag werken bij..., Nicole gaat naar de tandarts. Ze heeft pijn aan haar..., Nikki zoekt een nieuw huis. Ze wil graag..., Nina speelt in de tuin. Ze speelt met..., Noah leest een bericht in de krant. Het bericht gaat over..., Noor werkt in een winkel. Ze verkoopt broeken en ook..., Nora en Souffian wonen in een dorp. Ze wonen liever..., Odara ruimt het huis op. Ze legt de kleren..., Olga is ziek. Ze moet..., Omar koopt vis. Hij koopt ook..., Omid leest 's ochtends altijd eerst de krant. Daarna gaat hij..., Ons dak is kapot. Wij moeten..., Orma heeft leuke buren. Ze gaat met haar buren..., Pablo gaat vaak met de trein. Hij gaat dan naar..., Pablo speelt gitaar. Hij oefent..., Pari gaat elke dag met de bus. Vandaag gaat ze ..., Paskal vindt zijn werk moeilijk. Hij wil..., Paul gaat vroeg naar bed. Hij moet morgen..., Paul heeft honger. Zijn moeder geeft hem..., Paul viert zijn verjaardag. Hij is..., Paula heeft een brief gekregen. De brief is van..., Pedro doet de lamp aan. Het is..., Pedro woont op een boerderij. Hij heeft daar..., Peter maakt machines. Hij werkt vaak..., Peter speelt met zijn zoon. Ze zijn..., Phillip fietst op de weg. De weg is..., Philippa zit in de tuin. Ze zit ook vaak..., Pia woont naast een park. Ze gaat daar..., Priya doet een opleiding. Later wordt ze..., Priya maakt saus. Haar dochters willen..., Quito eet vandaag niet thuis. Hij eet....

Inburgering Spreevaardigheid 4 (M-Q)

Leaderboard

Speaking cards is an open-ended template. It does not generate scores for a leaderboard.

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?