geschikt - Is dit boek ..... voor mijn niveau?, lantaarnpaal - Er staat een ..... voor mijn huis., ongerust - De kinderen zijn nog niet thuis. Daarom ben ik ....., eigenlijk - Ik wil je helpen, maar ..... heb ik geen tijd., nuttig - Veel lezen is ..... als je een nieuwe taal leert., zomaar - Ik heb niets nodig, ik ga ..... winkelen in Utrecht., overkant - Er staat een school aan de ..... van mijn straat., bijeenkomst - Elke maandag hebben wij een .... met de collega's., gezamenlijk - Ik doe het niet alleen. We doen het ....., op de hoogte - Ben jij al ..... (2,2,6) van het bericht?,

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?