1) Wat wil de man het liefst? a) Dat de mensen hem zijn eigen gang laten gaan b) Veel geld sparen c) Dat hij zijn vrienden weer snel ziet d) De mensen kussen 2) Welke twee namen van steden hoor je? a) Utrecht en Den Haag b) Rotterdam en Maastricht c) Alkmaar en Groningen d) Maastricht en Amsterdam 3) Wanneer is deze man geboren? a) Dat vertelt hij niet b) In de herfst c) In december d) Misschien te laat 4) Waarom ziet hij zijn vrienden niet vaak? a) Iedereen is boos op hem b) Hij is hun adres kwijt c) Hij durft ze niet te bezoeken, omdat ze nog geld van hem krijgen d) Hij heeft geen vrienden 5) Is hij rijk? a) Dat vertelt hij niet b) Ja c) Nee d) Hij bezit veel grond 6) Ik zal mijn vrienden niet ........... (welk woord hoort hier?) a) begeleiden b) zien c) ontmoeten d) kussen 7) Wie me lief is ........ me lief (welk woord hoort hier?) a) heeft b) is c) blijft d) had 8) Het komt ......... weer voor elkaar (welk woord hoort hier?) a) natuurlijk b) vanzelf c) nooit d) morgen

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?