gekookt - Maryam heeft rijst ..... (koken)., gefietst - Wij hebben een uur ..... (fietsen)., gewoond - Yonas heeft vroeger in Amsterdam ..... (wonen)., gewerkt - Waar heb jij ..... (werken), geruild - Sara heeft de broek ..... (ruilen)., geluisterd - Mona heeft muziek ..... (luisteren)., gedrukt - Heb jij op de bel ..... (drukken), geverfd - Omar heeft de muur ..... (verven)., gevuld - De tandarts heeft een gaatje ..... (vullen), gevierd - Ik heb zaterdag mijn verjaardag ..... (vieren).,

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?