Ik ben een beetje down., Ik ben zenuwachtig want ik heb morgen een examen., Ik heb gisteren tot 5.00 uur ’s nachts gestudeerd. Ik ben hartstikke moe!, Ik ben teleurgesteld omdat mijn vriend niet gebeld heeft., Ik ben bang dat ik mijn werk niet op tijd afkrijg., Ik voel me verdrietig omdat mijn kat heel ziek is., Ik ben bang dat de test heel moeilijk is., Ik voel me altijd een beetje gedeprimeerd in de winter., Ik word chagrijnig van dit weer., Mijn fiets is gisteren voor de vierde keer gestolen!, Ik voel me soms een beetje eenzaam, hier in Nederland., Mijn vriendin in Finland is ziek. Ik zou nu graag bij haar willen zijn., Het gaat niet goed op mijn werk. Ik ben bang dat mijn baas mijn contract niet verlengt., Ik maak me zorgen over het vocabulaire; het is zo veel!, Ik heb écht geen tijd voor je, ik moet nog heel veel doen. Ik word er helemaal depressief van., Ik ben ontzettend boos dat ik niet mee mag doen aan de wedstrijd..

Nederlands in actie 3, 13

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?