Zij gaat vanmiddag met Sara in de stad winkelen, Vader gaat zaterdag in het park wandelen, Ik wil vanavond thuis slapen, Wij zullen volgende week in het zwembad zwemmen, Hij kan vandaag boodschappen doen, Ik wil dit jaar Nederlands op school leren, Ik leen morgen een boek van de bibliotheek, Hij gaat volgend jaar met zijn gezin in Spanje op vakantie, Joris moet elke dag huiswerk maken, Jij werkt hard op de grammatica,

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?