Mijn moeder gaat dit weekend sporten, Wij sporten meestal op de loopband , Je kunt op zaterdag naar de sauna gaan , Deze mensen gaan om 7 uur sporten , Zij kunnen om 8 uur in het sportcentrum komen, Zij hebben de hele dag gewerkt, Ik wil graag in het sportcentrum sporten, Het meisje lust geen patat, De jongen houdt van spaghetti, Ik vind fruit goed voor de gezondheid, Wij eten na de fitness patat bij de snackbar, De jongen speelt elke avond met zijn vrienden op de computer, Zij gaan vanavond samen een tv bij de Mediamarkt kopen, De kinderen krijgen in coronatijd les op de computer, Ik zal deze week met de bus naar het werk gaan, Hij brengt vanmiddag de auto naar de garage,

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?