Ik sta om 7 uur op, Hij wast de borden af, Zij steken de straat over, Ik neem een kaart mee, Wij gaan dit weekend uit, U slaat daar af, Ik woon met Peter samen, Hij komt om 10 uur aan, Ik reken de boodschappen af, Ik slaap op zondag uit, Wanneer spreken we af?, Hoe laat komt het vliegtuig aan?, Doe jij de deur open?, Ga jij met de cursus door?, Zeg jij die afspraak af?, Om 7 uur sta ik op, De kopjes was ik af, Op vrijdag gaan we uit, De kaart neem ik mee, De koffie reken ik wel af, Zij wil de straat over steken, Jullie kunnen dit weekend niet uit gaan, We moeten onze afspraak af zeggen, Je mag de deur niet open doen, De trein zal om 17.00 uur aan komen, Ik zal de borden af wassen, Hij wil met de cursus door gaan, Zij gaat volgende week samen wonen, Jullie kunnen nu weg gaan, Jullie moeten nu in stappen, Willen jullie nog verder gaan?, Zullen we koffie drinken?, Kun jij de boeken mee nemen?, Kunt u de deur open doen?, Moeten we nu op houden?,

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?