inslapen, in slaap vallen - beginnen met slapen, doorslapen - niet wakker worden 's nachts, uitslapen - 's ochtends langer slapen dan normaal, zich verslapen - te laat wakker worden, de wekker zetten op - op de klok de tijd instellen waarop je wakker moet worden, naar bed gaan - gaan slapen, wakker worden - stoppen met slapen, opstaan - uit je bed komen, snurken - lawaai uit de keel tijdens het slapen, dromen - beelden/verhalen zien tijdens het slapen, dagdromen - denken aan of fantaseren over iets, een dutje doen - kort slapen overdag, doezelen - af en toe een beetje in slaap vallen, overnachten bij/in - slapen in bijvoorbeeld een hotel, logeren bij - bij iemand gaan slapen, woelen - onrustig slapen, steeds draaien in bed, opblijven - later dan anders naar bed gaan, de nachtmerrie - een slechte droom, in laten slapen - een dier zachtaardig doodmaken wegens problemen,

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?