Bram kookt de soep. - De soep wordt door Bram gekookt., Bram kookte de soep. - De soep werd door Bram gekookt., Bram heeft de soep gekookt. - De soep is door Bram gekookt., Bram kan de soep koken. - De soep kan door Bram gekookt worden., Men werkt er hard. - Er wordt hard gewerkt., Men werkte er hard. - Er werd hard gewerkt., Men heeft er hard gewerkt. - Er is hard gewerkt., De cursisten mogen deze toets maken. - Deze toets mag door de studenten gemaakt worden., De cursisten maken deze toets. - Deze toets wordt door de cursisten gemaakt. , De cursisten maakten deze toets. - Deze toets werd door de cursisten gemaakt., De cursisten hebben deze toets gemaakt. - Deze toets is door de cursisten gemaakt., De cursisten hadden deze toets gemaakt. - Deze toets was door de cursisten gemaakt.,

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?