Die film is ____! Ik wil de film nog een keer zien. Zij kan goed zingen. Zij heeft een mooie ____. Ik begin volgende week met een nieuwe ____. Maandag was ik ziek, maar ik kom woensdag ____ naar de les. Hij heeft een nieuw ____ op de computer. Het ____ van het examen is erg hoog. Mijn ____ is erg interessant. Ik leer veel. Je moet in de auto een gordel dragen voor de ____. Patrick de Bruin is de ____ van dat boek. Ik heb honger, want ik heb de hele ochtend ____ gegeten.

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?